Beginner level    Intermediate level    Advanced level
Cycle 1 Cycle 2 Cycle 3 Cycle 4 Cycle 5 Cycle 6
Main Lesson 1 Lesson 2 Lesson 3 Lesson 4 Lesson 5 Lesson 6 Lesson 7 Lesson 8 Lesson 9 Lesson 10 Lesson 11 Lesson 12 Lesson 13 Lesson 14 Lesson 15 Lesson 16 Lesson 17 Lesson 18 Lesson 19 Lesson 20 Lesson 21 Lesson 22 Lesson 23 Main
Practice Lesson 1A Lesson 2A Lesson 3A Lesson 4A Lesson 5A Lesson 6A Lesson 7A Lesson 8A Lesson 9A Lesson 10A Lesson 11A Lesson 12A Lesson 13A Lesson 14A Lesson 15A Lesson 16A Practice
Examples Vb. 1 Vb. 2 Vb. 3 Vb. 4 Vb. 5 Vb. 6 Vb. 7 Vb. 8 Vb. 9 Vb. 10 Vb. 11 Vb. 12 Vb. 13 Vb. 14 Vb. 15 Vb. 16 Examples
Quiz Quiz
Main page Introduction Pronunciation Vocabulary Index News

Advanced level: cycle 5

Lesson 18 ~ Lesson 18

Scheidbare werkwoorden in bijzinnen~ Separation and Subordination |}

More word order edit

We have seen that word order depends on quite a few factors in Dutch:

  1. inversion
    1. in questions
    2. for emphasis
  2. separation
    1. of compound verbs
      1. auxiliary
      2. rest of the verbal cluster
    2. of prefixed verbs
    3. of pronominal adverbs
  3. subordination

Separation and subordination edit

What happens when the above factors are combined, for example if a separable verb is put in a subordinate clause?

kwam aan

Notice what happens to the persoonvorm: that part of the verb that carries the ending:

Inseparable vertrekken
Hij vertrekt morgen naar Berlijn
Ik zeg dat hij morgen naar Berlijn vertrekt
Separable aankomen
Hij komt morgen in Berlijn aan
Hij komt morgen aan in Berlijn
Ik geloof dat hij morgen in Berlijn aankomt

As you see in the subordinate clause the verb is put at the end and is no longer separated.
At least this is true for the present and simple past tense. If we use the future tense the situation is somewhat different:

Inseparable vertrekken
Hij zal morgen vertrekken
Ik betwijfel of hij morgen vertrekken zal
Ik betwijfel of hij morgen zal vertrekken
Separable aankomen
Hij zal morgen aankomen
Ik zeg dat hij morgen aan zal komen
Ik zeg dat hij morgen aankomen zal
Ik zeg dat hij morgen zal aankomen

There is considerable variation in word order possible, some with separation, some without and usage varies from region to region and person to person.

In general we can say that all parts of the verb like to be at the end of the sentence, except the persoonsvorm of a direct phrase. When there are many bits and pieces at the end they tends compete for last place.

There are a few restrictions to the latter in the case of modal verbs:

ik weet dat hij nog komen moet
ik weet dat hij nog moet komen

Both are fine in Dutch, but if we add another auxiliary:

ik denk dat hij nog zal moeten komen
ik denk dat hij nog komen moeten zal
ik denk dat hij nog moeten komen zal

The first is fine, the second rather awkward, the third is not acceptable.

Separable versus inseparable in dependent clauses edit


Recall that some verbs occur in both a separable and an inseparable form, e.g. doorlopen.

Ik loop de school door - takes five minutes to walk through the school physically
Ik doorloop de school - takes five years and ends in graduation

In a dependent clause the only difference between the two is in the stress pattern, so that in written language the following sentence can have two pronunciations and two meanings:

Ik geloof dat hij de school doorloopt

In such cases of ambiguity Dutch spelling allows the addition of stress marks:

Ik geloof dat hij de school dóórloopt - takes five minutes
Ik geloof dat hij de school doorlóópt - takes a number of years

Separable infinitives and te edit

schreef op

Infinitives are at times used in extended form with te, much like in English they are with to:

Dat is moeilijk te lezen - that is hard to read

In such cases separable verbs do separate:

Dat is onmogelijk op te schrijven

Such infinitives can express an action that must be performed (as in English something to do). They can even used in an adjectival construction:

De onmogelijk op te schrijven tekst werd ter zijde geschoven
The text that was impossible to write down, was pushed aside.
YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 18 • Combining two sentences

Combine the two sentences with the conjunction omdat (because)

  • Ik heb honger. Ik heb mijn ontbijt overgeslagen.
  • Gisteren deelde hij mede dat ik ontslagen ben. Ze plaatsen de productie naar China over.
  • Zij kwamen terug. Een van hen had haar portemonee laten liggen.
  • Eigenlijk wilde zij dat niet. Zij gaf liever niet zo veel geld uit.
  • Zij zag hem niet. Hij liep door.
  • De rekening was hoog. Het licht bleef altijd de hele nacht aan.
SOLUTION • Dutch/Lesson 18 • Combining two sentences
  • Ik heb honger omdat ik heb mijn ontbijt overgeslagen heb.
    • Ik heb honger omdat ik heb mijn ontbijt heb overgeslagen.
  • Gisteren deelde hij mede dat ik ontslagen ben omdat ze de productie naar China overplaatsen.
  • Zij kwamen terug omdat een van hen haar portemonee had laten liggen.
  • Eigenlijk wilde zij dat niet omdat zij liever niet zo veel geld uitgaf.
  • Zij zag hem niet omdat hij doorliep.
  • De rekening was hoog omdat het licht altijd de hele nacht aanbleef.