Dutch/Lesson 10A


Beginner level    Intermediate level    Advanced level
Cycle 1 Cycle 2 Cycle 3 Cycle 4 Cycle 5 Cycle 6
Main Lesson 1 Lesson 2 Lesson 3 Lesson 4 Lesson 5 Lesson 6 Lesson 7 Lesson 8 Lesson 9 Lesson 10 Lesson 11 Lesson 12 Lesson 13 Lesson 14 Lesson 15 Lesson 16 Lesson 17 Lesson 18 Lesson 19 Lesson 20 Lesson 21 Lesson 22 Lesson 23 Main
Practice Lesson 1A Lesson 2A Lesson 3A Lesson 4A Lesson 5A Lesson 6A Lesson 7A Lesson 8A Lesson 9A Lesson 10A Lesson 11A Lesson 12A Lesson 13A Lesson 14A Lesson 15A Lesson 16A Practice
Examples Vb. 1 Vb. 2 Vb. 3 Vb. 4 Vb. 5 Vb. 6 Vb. 7 Vb. 8 Vb. 9 Vb. 10 Vb. 11 Vb. 12 Vb. 13 Vb. 14 Vb. 15 Vb. 16 Examples
Quiz Quiz
Main page Introduction Pronunciation Vocabulary Index News

Intermediate level: cycle 3

Lesson 10A ~ Lesson 10A

Scheidbaarheid ~ separability |}


Quiz 10AEdit

1 Select the correct translation

verlengenambtenaarprikkeldraadluisterenkoninginderdaad
civil servant
to extend
indeed
barbed wire
king
to listen

2 Translate into English

Zij roerde haar koffie. -

.
De brug voerde over de grote rivier. -

.
Ze deed wat kruiden in de boter -

.
Narcissen staan in de herfst niet in bloei -

.

3 What is this?

In Dutch

In English

4 What is this in Dutch?

5 De or het

dehet
jaargetijde
wind
vertelling
midden
knop
bloed

6 Select the correct translation

overmorgenbeschikbaarzonderverlegenverleden
available
past
shy
without
day after tomorrow

7 What is the plural?

:groep:

:wafel:

:vertelling

:maandag

:spreekkamer


Exercise 10A-1Edit

YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 10A • Using separable verbs
Put the separable [verb] into the sentence in the present tense
[aangeven] Hij me een kussen.
[tegenkomen] Hij twee vrienden.
[oplopen] Hij de trap
[aflopen] Hij de trap niet
[binnenvallen] De vijand het land met zijn leger
[ondergaan] De zon om zeven uur
[binnenkomen] je even ?
[opengraven] de miereneter het mierennest
[uitkijken] We het raam.
[achteruitkijken] Ze even.
SOLUTION • Dutch/Lesson 10A • Using separable verbs
[aangeven] Hij geeft me een kussen aan.
[tegenkomen] Hij komt twee vrienden tegen.
[oplopen] Hij loopt de trap op
[aflopen] Hij loopt de trap niet af
[binnenvallen] De vijand valt het land met zijn leger binnen
[ondergaan] De gaat zon om zeven uur onder
[binnenkomen]Kom je even binnen?
[opengraven] de miereneter graaft het mierennest open
[uitkijken] We kijken het raam uit.
[achteruitkijken] Ze kijkt even achteruit.

Vocabulary 10A.-1 Listening exerciseEdit

  1. Study the phrases people use when talking about eating and preparing food.
  2. Then come back to listen to these recordings,
  3. Write down what is being said
  4. Translate


YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 10A • Dutch text
Hebben jullie honger?
Ik ben eten aan het klaarmaken
Wat eten we?
Ik houd niet van vis
Wij eten spaghetti
SOLUTION • Dutch/Lesson 10A • Dutch text

Translation:

Are you all hungry?
I am preparing food
What are we eating?
I don't like fish
We are eating spaghetti

Vocabulary 10A-2.Edit

YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 10A • Eating
Study some terms for silverware and earthenware
Then translate the following sentences
In China eten ze niet met mes en vork, maar met stokjes.
In Indonesië eten ze rijst met een lepel
Er stonden drie borden op tafel met een vork, een mes en een lepel.
Het kopje viel van tafel en brak.
Ik heb liever een glas wijn.
SOLUTION • Dutch/Lesson 10A • Eating

In China they don't eat with knife and fork, but with chopsticks

In Indonesia the eat rice with a spoon.
There stood three plates on the table with a fork, a knife and a spoon.
The cup fell off the table and broke.
I would rather have a glass of wine.

Vocabulary 10A-3.Edit

Some words in Dutch and English look deceptively the same, but then mean something else. Study some of those "false friends"