Dutch/Lesson 9

Les 9 ~ Lesson 9

Annemiek has her passport extended
Grammar: Future tense
Modal verbs: Kunnen and laten
Stative verbs: Staan, zitten, liggen, lopen.

<< Les 8 | Les 9 | Les 10 >>


Gesprek 9Edit

Annemiek wil op reis naar Zuid-Afrika. Daarvoor heeft zij een paspoort nodig, maar haar paspoort is verlopen. Zij gaat daarom naar het gemeentehuis en vraagt een ambtenaar om inlichtingen

A.: Dag meneer, zou u mij kunnen zeggen waar ik mijn paspoort zou kunnen laten verlengen?
ambtenaar: Goedemiddag, mevrouw. Zeker, u kunt het beste de lift naar de derde verdieping nemen. Daar zult U een loket vinden. Het zal alleen nog niet open zijn. Het is nog lunchtijd.
A.: Wanneer zal ik er dan terecht kunnen?
ambtenaar:Dat zal maar een paar minuten duren. Dan is het half twee.
A.: Weet u misschien hoe lang een verlenging gaat vergen?
ambtenaar: Dat zou ik niet precies durven zeggen, maar het zal een weekje of twee duren.
Translation • Lesson 9 • gesprek 9

Annemiek wil op reis naar Zuid-Afrika. Daarvoor heeft zij een paspoort nodig, maar haar paspoort is verlopen. Zij gaat daarom naar het gemeentehuis en vraagt een ambtenaar om inlichtingen

Annemiek wants to travel to South Africa. She needs a passport for that, but her passport has expired. Therefore she goes to town hall and asks a civil servant for information:

Dag meneer, zou u mij kunnen zeggen waar ik mijn paspoort zou kunnen laten verlengen?

Hello Sir, would you be able to tell me where I could get my passport renewed?

Goedemiddag, mevrouw. Zeker, u kunt het beste de lift naar de derde verdieping nemen. Daar zult U een loket vinden. Het zal alleen nog niet open zijn. Het is nog lunchtijd.

Good afternoon, Ma'am. Certainly, you best take the elevator to the fourth floor and there you will find a counter. Except that it will not be open yet. It is lunch time.

Wanneer zal ik er dan terecht kunnen?

When can I be helped?

Dat zal maar een paar minuten duren. Dan is het half twee.

It will only take a few minutes. Then it will be half past one.

Weet u misschien hoe lang een verlenging gaat vergen?

Would you know perhaps how long the extension process will take?

Dat zou ik niet precies durven zeggen, maar het zal een weekje of twee duren.

I dare not say precisely, but a week or two most likely.
YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 9 • waar of niet?

Is dit waar of niet?

  1. De afdeling waar paspoorten verlengd worden is op de zesde verdieping
  2. Annemiek kan er nog niet terecht. Het loket is nog gesloten
  3. De ambtenaar is zeker dat de verlenging maar twee dagen gaat duren
  4. Het loket gaat om 2:30 open.
SOLUTION • Dutch/Lesson 9 • waar of niet?

{{{3}}}

Grammatica 9.1 ~ Zullen, kunnen and latenEdit

FutureEdit

The official future tense is formed using the auxiliary zullen + the infinitive

In Dutch this tense is called: de onvoltooid tegenwoordige toekomstige tijd (ottt), the imperfect present future tense. We shall revisit this nomenclature later.

ik vind - I find.
ik zal vinden - I'll find.

But you can also express the future by using a present, if futurity is declared in the sentence by an adverb (like 'tomorrow').

ik vind het - I find it.
ik zal het vinden - I'll find it.
ik vind het morgen wel - I'll find it tomorrow

Occasionally, Dutch resorts to the use of gaan:

dat gaat twee weken kosten - that is going to take two weeks.

In both cases the infinitive ends up at the end of the sentence.:

je zult het op de derde verdieping vinden - you will find it on the third floor

zullen is an irregular verb (shall):

ik zal
jij zult, u zult (u zal)
hij zal
wij zullen
jullie zullen
zij zullen

ConditionalEdit

Its past tense forms what it known as the onvoltooid verleden toekomstige tijd (ovtt), the imperfect past future tense that roughly corresponds to the conditional tense in English.

ik zeg - I say
ik zou zeggen - I would say
ik zou
jij zou, u zoudt/zou
hij zou
wij zouden
jullie zouden
zij zouden

Infinitives instead of participlesEdit

The verb zullen does not have a past participle, instead its infinitive is used in phrases like:

Ja, ik heb dat zullen doen, maar ik had geen tijd meer.
Yes I had intended to do so, but I ran out of time

KunnenEdit

There is a number of verbs that show this phenomenon, A good example is kunnen (can) although this verb does have a past participle and it can be used in separation:

ik kan dat niet - I cannot do that
ik heb dat nooit gekund - I have never been able to.
ik heb dat nooit kunnen doen - I have never been able to do that.

Sometimes this leads to lengthy strings of infinitives:

waar ik het zou hebben kunnen laten verlengen.
where I would have been able to have it extended.

Kunnen is an irregular verb as we have seen before. Its past tense is:

ik, jij, hij kon
wij, jullie, zij konden (could)
hij kon niet meer - he was exhausted (lit. he could no more)

LatenEdit

The verb laten corresponds to the English verb to let but is used somewhat differently. It is a regular strong verb:

laten-liet-gelaten

Laat mij maar rijden - just let me drive
Dat zul je laten! - no, you won't!
Ik heb het zo gelaten - I left it the way it was
Hij liet zich niet kisten - He fought back. (lit. he did not let himself be put in a coffin.)
Iets laten maken - Have something fixed.
Laat maar! - Don't bother!
Hij kan het roken niet laten - He can't stop smoking.

Stative verbs: staan, zitten, liggen, lopenEdit

All of these are strong verbs:

staan - stond - gestaan — to stand
zitten - zat - gezeten — to sit
liggen - lag - gelegen — to lie
lopen - liep - gelopen — to walk

Scholars do not agree whether to consider these verbs as auxiliaries. Some do consider them aspect auxiliaries, because but they often serve to express continuity:

Ik zit te lezen - I am reading (while on my chair)
Ik loop te denken - I am thinking (while going somewhere)

The perfect of these expressions drop the "te" and use an infinitive to replace the past participle:

Ik heb zitten denken - I have been thinking (on my chair)
We hebben staan bellen - We have been on the phone (while on our feet)

These verbs also frequently replace to be in impersonal expressions with er:

Er liggen drie boeken op tafel - there are three books (lying) on the table
Er zitten nog drie koekjes in de doos - there are still three cookies (sitting) in the box
Er loopt een goeie film - there is a good movie on.

Doen: to doEdit

As in English this verb is irregular.

doen - deed - gedaan

Its role is much more restricted than in English, but at times it can be used as an auxiliary that turns an ergative into an active construction:

Het vet stolt - the grease solidifies
De koude doet het vet stollen - the cold makes the grease solidify

Again the perfect has an infinitive:

De koude heeft het vet doen stollen. - the cold has made the grease solidify
Last modified on 19 May 2011, at 23:37