Last modified on 18 May 2015, at 05:50

Dutch/Lesson 10

Les 10 ~ Lesson 10

Meer over werkwoorden ~ More about verbs

Doe het licht uit.
Grammar:Separable verbs

Voorwoord Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Les 9 Les 10 Les 11 Les 12 Les 13 Les 14 Les 15 Les 16 Les 17 Les 18 Les 19 Les 20 Les 21 Les 22
Practice Les 1A Les 2A Les 3A Les 4A Les 5A Les 6A Les 7A Les 8A Les 9A Les 10A Les 11A Les 12A Les 13A Les 14A Les 15A Les 16A Les 17A Les 18A Les 19A Les 20A Les 21A Les 22A
Examples Vb. 1 Vb. 2 Vb. 3 Vb. 4 Vb. 5 Vb. 6 Vb. 7 Vb. 8 Vb. 9 Vb. 10 Vb. 11 Vb. 12 Vb. 13 Vb. 14 Vb. 15 Vb. 16 Vb. 17 Vb. 18 Vb. 19 Vb. 20 Vb. 21 Vb. 22

Gesprek-10Edit

Jan, heb je het licht uitgedaan?
Nee schat, ik doe het straks wel uit, ik heb dat karweitje nog niet afgemaakt.
Maar Jan, dat levert zo weer een dikke stroomrekening op. Wanneer ga je het afmaken?
Ik moet alleen even naar de WC, dan ga ik weer naar beneden.
Als je het af hebt, ruim je dan ook even op?
Ja hoor, wees maar niet bezorgd, alles wordt keurig opgeruimd.
Translation • Lesson 10 • gesprek 10-1
Jan heb je het licht uitgedaan?
John, did you switch off the light?
Nee schat, ik doe het straks wel uit, ik heb dat karweitje nog niet afgemaakt.
No darling, I'll switch it off later, I have not finished fixing it yet.
Maar Jan, dat levert zo weer een dikke stroomrekening op. Wanneer ga je het afmaken?
But John, that will give us a hefty power bill again. When are you going to be done?
Ik moet alleen even naar de WC, dan ga ik weer naar beneden.
I just need to go to the bathroom, then I'll go downstairs again.
Als je het af hebt, ruim je dan ook even op?
Once you're done, do you clean up?
Ja hoor, wees maar niet bezorgd, alles wordt keurig opgeruimd.
Yes sure, don't worry, everything will be cleaned up.


Grammatica 10-1 ~ Separable verbsEdit

A lot of verbs in English have fixed adverbial complements and a comparable association often holds in Dutch. Compare:

the bomb went off.
de bom ging af.
the light went on.
het licht ging aan.

In English one could consider to go off as the infinitive of a distinct verb. In Dutch the association is even stronger, because in some of the forms of such a verb, e.g. the infinitive, the adverb af is actually written as a prefix. This becomes clear in the future tense:

the bomb will go off.
de bom zal afgaan.

This means that there are two types of prefixes to a Dutch verb: inseparable ones (such as be-) and separable ones (like af-). The first kind we have seen before:

bedoelen - to mean
hij bedoelde
hij heeft bedoeld

The primitive tenses of a separable verb look like:

afgaan
ging af
afgegaan
afgaan
het ging af
het is afgegaan.

Notice that the separable verb does take the ge- marker of the past participle whereas the inseparable ones do not.

There is another difference, at least in the spoken language: the accent of the word lies on the prefix if it is separable, i.e. one says áfgaan, but bedóélen.

Some prefixes can occur both separably and inseparably such as door- (through, by) and voor- (for,before) and in some cases there are two different verbs that look deceptively the same, one separable, the other not, with different meanings. In the spoken language they differ by word accent, but this is not visible in the written one unless accents are deliberately added to avoid confusion. Compare:

vóórkomen
kwam voor
voorgekomen
voorkómen
voorkwám
voorkómen
vóórkomen - kwam vóór - vóórgekomen - to occur
voormen - voorkwám - voormen - to prevent
de kluut komt meer in Nederland voor dan in Engeland.
wij moeten er het verdwijnen van zien te voorkomen.
the Avocet is more numerous in the Netherlands than in England. (lit. ...occurs more in NL than...)
we have to prevent its disappearance.

Notice that just like in the case of the pronominal adverb ervan that translates its, the two parts of the separable verb can end up rather far apart in the sentence.

What we have seen earlier about inversion still applies:

Komt de kluut hier meer voor? - inversion in question
Gelukkig komt de kluut hier nog steeds voor. - gelukkig put in front for reasons of emphasis.
kluut

Another example:

een school dóórlopen - to walk through a school building (takes 5 minutes)
een school doorpen - to absolve one's education at a school (takes 5 years).
Hij liep het gebouw dóór - he traversed the building
Hij doorlíép het gymnasium - he graduated from a grammar school
YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 10 • separable verbs in present tense

All verbs in this exercise are separable

(a)Put the verb in the present tense (o.t.t.) and in the right location
Example:
Ik mijn moeder.[opbellen]
Ik bel mijn moeder op.
Watch out for inversion!
1 Het niet altijd, maar toch we goed met hem. [meevallen - samenwerken]
2 Hij dat alles op onwaarheid berust. [volhouden]
3 Dit idee hem niet. [loslaten]
4 Als we deze weg nemen, we zeker vijf kilometer. [omlopen]
5 Hoe vaak dit ? [voorkomen]
6´De boodschap niet goed. [overkomen]
7 Hij met grote stappen de tuin [dóórlopen]
8 Gewoonlijk de verkoop veel meer [opleveren]
SOLUTION • Dutch/Lesson 10 • separable verbs in present tense

(a)1 Het valt niet altijd mee, maar toch werken we goed met hem samen.

2 Hij houdt vol dat alles op onwaarheid berust.
3 Dit idee laat hem niet los.
4 Als we deze weg nemen, lopen we zeker vijf kilometer om.
5 Hoe vaak komt dit voor?
6 De boodschap komt niet goed over.
7 Hij loopt met grote stappen de tuin door.
8 Gewoonlijk levert de verkoop meer op.
YOUR TURN - UW BEURT!! • Lesson 10 • separable verbs past tense

(b)Put the verb in the past tense o.v.t. and in the right location

Example:
Ik mijn moeder.[opbellen]
Ik belde mijn moeder op.
1 Ze hun zaak aan hun oudste zoon.[overgeven]
2 Hij geen enkel pijltje.[misgooien]
3 Ik de helft [overslaan]
4 Na jarenlang tevergeefs vechten voor de goede zaak hij het uiteindelijk. [opgeven]
5 De auto een fietser [aanrijden]
6 Mopperend hij het licht [uitdoen]
7 Waarom hij de kamer niet [opruimen]
8 Het in die tijd veel dat mensen van tuberculose stierven [vóórkomen]
SOLUTION • Dutch/Lesson 10 • separable verbs past tense

(b) 1 Ze gaven hun zaak aan hun oudste zoon over.

2 Hij gooide geen enkel pijltje mis.
3 Ik sloeg de helft over.
4 Na jarenlang tevergeefs vechten voor de goede zaak gaf hij het uiteindelijk op.
5 De auto reed een fietser aan
6 Mopperend deed hij het licht uit.
7 Waarom ruimde hij de kamer niet op?
8 Het kwam in die tijd veel voor dat mensen van tuberculose stierven.

Relationship to the prepositional adverbsEdit

In fact the comparison between pronominal adverbs and separable verbs is rather pertinent. We will revisit that in Les 17 Many prepositional adverbs occur both as part of pronominal adverbs and of separable verbs:

meelopen met... => loop mee met ... (to march along with) (verbal separation)
met alles => overal mee (with everything) (pronominal replacement)
aanzitten aan ... (to partake in an official dinner party)
aan alles => overal aan (at everything) (pronominal replacement)

Thus, occasionally the same prepositional adverb appears twice at the end of the phrase:

hij liep overal mee mee. (he went along with anything at all)
hij zat overal aan aan. (he was a high level social tiger)

The latter should not be confused with:

hij zat overal aan. (he could not keep his hands off of anything)
zitten aan (to touch, to not being able to keep your hands off something.)

The comedian Toon Hermans exploited this oddity once to great effect in one of his One Man Shows.

Although many of the prefixes of separable verbs are indeed prepositional adverb, this does not hold for all of them. Sometimes a separable verb results from compounding with e.g. a noun such as in koffiedrinken:

koffiedrinken - dronk koffie - koffiegedronken

The verb means a bit more than to consume coffee. "Koffiedrinken" means getting together e.g. with your neighbors to have something to drink (and eat), not necessarily coffee.

SubclausesEdit

In a dependent subclause, e.g. a clause that starts with dat ("that") the separated forms of a separable verb reunite

ik doe het licht uit. - I switch the light off.
ik zeg "dat" ik het licht uitdoe. - I say "that" I switch off the light.

Notice also the peculiar position of the verb in the subclause: it moves to the end of the phrase in its entirety.

WoordenschatEdit