Dutch/Lesson 2A
Exercise 2A-1 Inflection
As you have seen in lesson two, Dutch adjectives have two main forms, an uninflected one and an inflected one in -e. In the sentences below chose the right form.
- Deze auto is rood/rode. Het is een rood/rode auto.
- Dit huis is groot/grote. Ik heb een groot/grote huis.
- Is de weg erg lang/lange? Is het een lang/lange of een kort/korte?
- Is het huis mooi/mooie? Ja het is een prachtig/prachtige huis!
- Hij heeft een beter/betere manier gevonden.